Waarover gaat het?

Binnen het domein van professionele leergemeenschappen, vakwerkgroepen, kenniskringen en zelfs actie-onderzoek, zie je momenteel de opmars van wat algemeen in het Engels, ‘lesson study’ wordt genoemd.

Het komt erop neer dat een vakgroep een bepaald aspect van het lesgeven in vraag stelt en dat, na reflectie omzet in een lesplan, dat dan uitgetest wordt in een klas. De collega’s observeren de les en bespreken de les daarna. Eventueel volgt dan een nieuwe cyclus van een aangepaste les. In feite gaat het dus om lesreflectie of in het Franse taalgebied om ‘l’étude collective d’une leçon’.

Wanneer een begrip zo pijlsnel de ronde van de wereld doet, kan je wel raden dat er diverse modellen en interpretaties zullen ontstaan.

Van waar komt het?

Er wordt telkens verwezen naar een oude traditie in het onderwijs in Japan. Het systematisch onderzoeken van een bepaalde les is daar gebruikelijk sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. De Japanse term is ‘kenkyu jugyo’. De aanpak hangt samen met de revolutie in Japan van 1867, toen de keizer opnieuw macht kreeg en dit ten nadele van de ‘shoguns’ die het land tot dan toe in een ijzeren greep hadden gehouden. Zo kwam de ‘Meiji’-dynastie aan het bewind (‘meiji’ betekent letterlijk ‘beter bestuur’). Het gevolg was een explosieve modernisering van de Japanse maatschappij. Japan ging ijverig en intensief ontlenen in de westerse industriële staten zoals Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. Het concept van lesreflectie ontleende Japan aan de Verenigde Staten, meer bepaald het onderwijssysteem in Massassuchets, waar de grootste praktische pedagoog van de Verenigde Staten (tegelijkertijd ook, politicus), Horace Mann (1796-1859), de onderwijzersconferenties had geïntroduceerd. Dit systeem van gezamenlijke lesbespreking van voorbeeldlessen paste erg goed in de Japanse cultuur met de nadruk op het aanpassen van het individu aan groepsnormen . Sindsdien is het een wezenlijk onderdeel geworden van de normale schoolpraktijk in het basis-en secundair onderwijs. Vanuit diezelfde voorrang voor de groep als sturend principe voor de lespraktijk werd het systeem ook mutatis mutandis overgenomen in de buurstaten: China, Hong Kong, Singapore en Korea.

Het begrip kwam terug naar de westerse wereld in een periode waarin met bewondering werd gekeken naar de Japanse economische expansie in de latere jaren van de vorige eeuw. Aan de basis lag vergelijkend onderzoek in 1992 van Stevenson en Stigler met de sprekende titel: “The learning gap”, met een duidelijke Cassandraboodschap als besluit, vooral gericht naar het onderwijs in de VS. De band met lesreflectie was gauw gelegd en zo ging de bal van lesreflectie/ ‘lesson study’ aan het rollen. Als het in de Verenigde Staten stormt, regent het wat later ook in Europa.

Varianten

Het vaste stramien dat men in Japan volgt, is al lang niet meer het enige om aan lesreflectie te doen. Het ging er in Japan niet om de perfecte les te construeren, maar wel om een cyclisch proces met als doel de globale competenties van het lesgeven te verbeteren. De cyclus begint daar met een vraagstelling, en gaat verder met het verzamelen van data daarrond, het gezamenlijk construeren van een les, het geven van de les door een collega, het observeren van de les en van de reacties van de leerlingen en het bespreken en herwerken met het oog op een nieuwe cyclus en dus op een nieuw ontwerp van dezelfde les.

In China en Singapore gaat het echter wel om het creëren van de perfecte les. Vanuit de vastgelegde examens en verplichte handboeken, moeten vakgroepen hun aanpak zodanig verbeteren en klaar maken voor algemene toepassing, dat er betere resultaten worden gehaald bij het volgen van het handboek (dat ook het leerplan is) en de centrale examens. Lesreflectie speelt daar ook een duidelijke rol in de evaluatie van de leraren.

In Engeland werd vanaf 2000 rond bepaalde centra een methodiek ontwikkeld waarbij de reflectiecyclus geamendeerd werd door te fixeren op een drietal leerlingen, die men in de focus plaatst. Al bij de planning voorspelt men hoe die drie ‘case students’ zouden reageren op de nieuwe aanpak. Tijdens de les worden vooral die drie leerlingen geobserveerd. En daarna worden ze ook geïnterviewd, alvorens opnieuw aan de les te werken.

De lesreflectie wint ook sterk veld in Nederland. Nascholingsinstituten pikken het concept ijverig op en ook vanuit onderzoeksgezichtspunt in de vakdidactiek komt er belangstelling. Het laat zich raden dat de trend ook Vlaanderen meer en meer zal bereiken. Een mooi voorbeeld is alvast verschenen bij Klasse over een les Frans in het provinciaal instituut van Tongeren.

Commentaar

Het gezond verstand zegt al dat het samenwerken aan lesvoorbereidingen en het hospiteren bij elkaar sowieso een meerwaarde zal bieden. Nochtans is er in onze contreien een sterke terughoudendheid om te hospiteren bij collega’s. Leraren geven zich niet graag bloot aan collega’s in hun aanpak. Baas in eigen klas is nog steeds een overheersend principe. De aanpak van lesreflectie biedt zeker perspectieven. Maar dan wordt van de school verwacht dat ze al voldoende teamgericht denkt en dat de sfeer waarin men elkaars lessen bekijkt, veilig en niet-bedreigend is. In die zin past de aanpak in zijn diverse varianten bij een ‘lerende school’. Het concept biedt perspectieven voor Interne en externe begeleiding, kort bij de werkvloer.

Anderzijds moet ook gekeken worden naar de tijd die je in een dergelijk project stopt. Het vraagt toch wel een regelmatig en intensief samenwerken van een vakgroep.

En ook met deze werkwijze zijn er vele varianten mogelijk, zodat het niet verstandig is zich op één vastgelegde en strikt afgebakende methodiek te richten. Er zijn zeker gradaties mogelijk in intensiviteit en tijdsbesteding.

Toch maar een definitie

Misschien is er toch een paraplu mogelijk waaronder het concept van lesreflectie kan worden geplaatst met daarbinnen de mogelijkheid tot varianten. Hierbij een poging:

“Lesreflectie is een proces in diverse stadia dat het schema Plan-Do-Check-Act volgt. Er is een fase van vraagstelling of opgave bij een lesonderwerp, gebaseerd op bestaande data of op inspiratie uit onderzoek. Dan werkt de vakgroep een lesvoorbereiding uit. Een collega geeft de les, terwijl de leden van de vakgroep observeren , voornamelijk de reacties van de leerlingen. De observaties worden uitgewisseld en leiden tot voorlopige of finale besluiten. Bij voorlopige besluiten volgt een nieuwe cyclus”.

In deze definitie wordt open gelaten hoe je aan een vraagstelling komt, hoe de vakgroep begeleid wordt, op welke wijze je de les voorbereidt, hoe je observeert en hoe je tot besluitvorming komt. Die elementen volgen uit de context. En zo werkt het nu eenmaal in het onderwijs. De ene zaligmakende methode voor alle situaties bestaat niet.

Bronnen

  • Bjork, Chr., High-stakes schooling. What we can learn from Japan’s experiences with testing, accountability and education reform. Chicago Chicago University Press, 2016.
  • Gibert, Anne-Françoise, Le traval collectif enseignant, entre informel et institué. Dossier de veille IFE. Lyon, Institut Français de l’éducation, 2018.
  • Klasse, ‘Lesson Study’: collectief effectief leren. https://www.klasse.be/133071/lesson-study-effectief-collectief-leren/
  • Standaert, R. Vergelijken van onderwijssystemen. Leuven, Acco, 2008.
  • Stevenson, H.W. & Stigler, J.W., The learning gap: why our schools are failing and what we can learn from Japanese and Chinese education. New York, Simon & Schuster, 1992.

Klik hier om een nummer of abonnement te nemen.

Geef een reactie

Sluit Menu