Waarover gaat het?

Vanuit denkwerk over arbeidsmarkt en consumptiegedrag hebben sociologen het concept van ‘generaties’ ontwikkeld. Het is een theoretische constructie, die weliswaar met allerlei statistische gegevens wordt onderbouwd. Er wordt voornamelijk in economische studies aandacht aan besteed. Wellicht is die typologie toch ook wel ergens nuttig als inspiratie voor het onderwijs, voornamelijk door de statistische onderbouwing ervan. De grenzen tussen de generaties zijn min of meer overlappend; ze zijn eerder te bekijken als een continuüm. De generaties worden onderscheiden op basis van de geboortedata. Hun activiteitsgraad in de samenleving is dus meestal ongeveer 15 jaar later. Er is wel kritiek op deze indelingen, maar er zit wel een grond van waarheid in. Alleszins zijn de gedragingen herkenbaar in de klas en school. Hoe je daar best mee om gaat is een verdere kwestie, waarover nogal wat diverse meningen bestaan.

Een gangbare indeling

Volgende generaties worden door Ahlers en Boenders onderscheiden:

  1. De babyboomgeneratie (geb. 1944-1964). Ook bekend als de protestgeneratie. Denk maar aan de ‘achtenzestigers’, de hippie-tijd, De Bob Dylan-tijd…
  2. Generatie X (geb. 1965-ca 1980). Ook de ‘verloren generatie’ genoemd, gebaseerd op groeiende jeugdwerkloosheid, de economische crisis rond 1973, de aidsproblematiek….
  3. Generatie Y (geb. ca 1980- 2001). Ook de ‘grenzeloze generatie’ of de ‘millenials, de milleniumkinderen’ genoemd. Denk aan wereldproblemen als de 9/11-aanslag, de dotcom bubble van 2008…
  4. Generatie Z (geb. ca 1995- 2010), de ‘digital natives’.

De Z-generatie bevolkt nu het secundair onderwijs. Ze heeft de volgende kenmerken. De jongeren

  • bekijken minimaal vijf maal een scherm per dag;
  • zijn 24/7 verbonden met vrienden;
  • ze delen alles met de cloud: games, muziek, films, boeken en vooral belevenissen;
  • hebben een aandachtsboog van gemiddeld 10 seconden, met veel zappen als gevolg;
  • vervelen zich snel;
  • vinden razendsnel informatie maar verwerken die oppervlakkig.

De ‘iGen-generatie’

Een interessante variante op de Z-generatie is afkomstig van Jean Twenge van de universiteit van San Diego. Ze bestudeert al 25 jaar veranderingen in het gedrag van schoolgaande jongeren via jaarlijkse surveys op 11 miljoen mensen in de VS. Haar alternatieve visie op de Z-generatie (de ‘millenials’) is dat die grondig verschilt van de vorige generatie. Ze noemt deze generatie de ‘iGen generation’. Haar beeld van de nieuwe jongeren is gebaseerd op de alomtegenwoordigheid van de smartphone. De huidige generatie is zodanig supergeconnecteerd met de sociale media, dat dit leidt tot aanpassingsgedrag, gebrek aan kritische zin en tolerantie voor vele dingen. Maar is minder gelukkig en totaal niet voorbereid op het volwassen leven. De oorzaak zou bij de smartphone liggen en meer bepaald de iPhone (75 % van de tieners in de VS hebben niet zomaar een smartphone, maar wel degelijk een iPhone). Vandaar de benaming van ‘iGeneration’. Gevolgen daarvan zijn vooral te merken bij de leescultuur. Jongeren besteden veel minder tijd aan lezen. Twenge illustreert dat door haar onderzoek. In 1970 lazen 60 % van de achttienjarigen dagelijks in een boek of een artikel in krant of magazine. Op dit ogenblik is dat nog 16 %. Zij lezen nog slechts erg korte berichten op nieuwssites en sociale media en zijn meer en meer gefixeerd op beeldmedia zoals Snapchat en Instagram. De impact van de sociale media is ook dat de jongeren geobsedeerd geraken door veiligheid, waardoor ze minder en minder risico’s nemen. Ze gedragen zich afhankelijk en groeien op zonder een belangrijke drive voor onafhankelijkheid. Twenge schetst dan ook een aantal krachtlijnen om daarmee in het onderwijs om te gaan. Onder meer het verbod op smartphones tijdens de recreatiemomenten.

Het onderzoek van Twenge heeft betrekking op de VS., maar het is wel duidelijk dat het gebruik van de smartphone bij jongeren ook in West-Europa sterk toeneemt.

Nieuwe spelers

Het begrip ‘generatie’ spreekt blijkbaar tot de verbeelding. Het wordt nu ook breder gebruikt in andere sectoren van de menswetenschappen. In de Angelsaksische wereld gebeurt dat in het raam van wat men daar noemt een generatie zonder veel ruggengraat, met een gebrek aan doorzettingsvermogen en veerkracht (‘resilience’, ‘grit’). Vandaar het populair wordende begrip van de huidige generatie als de sneeuwvlokgeneratie (‘snowflake’-generatie). Daar zit meteen ook een bepaalde ideologie achter. De benaming suggereert al dat je met dergelijke ‘kneusjes’ de komende concurrerende wereld niet de baas zal kunnen.

Het ziet ernaar uit dat nog heel wat andere varianten van generatiedenken het licht zullen zien. Het kunnen nuttige instrumenten zijn voor een diepere reflectie over wat we willen met ons onderwijs. Los van de onderzoeksgegevens moet dan ook gekeken worden naar de ideologische grondslagen van de bevindingen en zeker ook naar de consequenties die er in die ideologische lijn uit worden getrokken.

Bronnen:

Ahlers, J. & Boender, R. (2011). Generatie Z. Ken ze, begrijp ze en inspireer ze voor een beter leven. Amsterdam, Betram en De Leeuw, 232 blz.

Duckworth, Angela (2016). De grit factor. De kracht van passie en doorzettingsvermogen. Amsterdam: Bruna Lev, 368 blz.

Tough, P. (2015). Een kwestie van karakter. Waarom doorzettingsvermogen en nieuwsgierigheid belangrijker zijn dan IQ. Amsterdam: Atlas Contact, 208 blz.

Twenge, J.M. (2017). iGen. Why today’s superconnected kids are growing up less rebellous, more tolerant, less happy – and completely unprepared for adulthood. London: Aria Books, 352 blz.

 

 

Geef een reactie

Sluit Menu