Waarover gaat het?

Her en der hoor je wel eens stemmen opgaan dat het klassieke handboek (uit het Engels vaak vertaald als tekstboek) in papieren vorm in de toekomst overbodig wordt. Er is immers zoveel informatie op het internet te vinden dat je best eigen samenstellingen maakt bij de doelstellingen die je moet nastreven. Vaak worden klassieke handboeken voorgesteld als voorbijgestreefd, creativiteitsdodend en niet meer passend in het internettijdperk. Recent verscheen er bij Politeia een interessante publicatie over deze problematiek met bijdragen vanuit diverse hoeken (De Man en Vanden Brande, 2018). Deze blog bouwt verder op deze publicatie. Het blijkt onder meer dat er nog een toekomst is voor het handboek.

Wat is een goed handboek?

Er is nauwelijks onderzoek over de impact van handboeken op de kwaliteit van het onderwijs. Dat moet niet verwonderen omdat er geen enkele sluitende definitie is over wat een goed handboek is. Er zijn zoveel verschillen in visie, inhouden, selecties van inhouden en methodische aanwijzingen in de diverse handboeken, dat onderzoek naar veralgemeenbaarheid weinig zin heeft. De belangrijkste factor is evenwel dat de meeste leraren nooit een handboek letterlijk volgen en er dus in meerdere of mindere mate eigen klemtonen in leggen. Als er dan al eens pogingen gedaan worden voor onderzoek, wordt de scope beperkt tot zogenaamde ‘scripted lessons’, zeg maar tot in detail voorgeschreven lesvoorbereidingen en die dan nog bovendien gerelateerd worden aan centrale toetsen. De beruchte “literacy” en “numeracy strategies“ onder de Blair-regering in Engeland (1998-2002), konden op die manier enige voortgang constateren in de resultaten op de centrale toetsen. Het ging om tot in detail voorbereide lessenbundels, die rechtstreeks betrekking hadden op wat zou getoetst worden. Het effect was op die manier voorspelbaar, echter niet blijvend omdat de leraren uiteindelijk niet gediend waren met een dergelijk keurslijf, opgebouwd op een verschraald curriculum. Een dergelijke ‘teaching-to-the-test’ strategie bestaat overigens ook in de sterk op PISA toetsen presterende Aziatische landen. Het is logisch dat als reputaties van scholen staan of vallen met de resultaten op centrale toetsen, scholen zullen investeren in handboeken die voorbereiden op die toetsen.

Een papieren of een digitale versie?

Het ligt voor de hand dat met de opkomst van het internet meer en meer de vraag wordt gesteld of de handboeken nog in papiervorm moeten worden gepubliceerd. Is het dan niet logisch dat handboeken omgevormd worden tot digitale versies? Ook bij dit soort onderzoek is er een zeer grote spreiding mogelijk. In tegenstelling met het vrijwel onmogelijke onderzoek naar een oneindige variëteit van handboeken, kan je in dit geval eenzelfde inhoud in hetzij geschreven hetzij digitale versie aan twee groepen aanbieden en dan vergelijken welke groep meest vooruitgaat. Zelfs in dit geval zal het waarschijnlijk zijn dat nog andere factoren ( de aard van de doelen en van de leerinhouden, maar ook de doelgroepen van leerlingen en de achtergrond van de leraren) de resultaten mee zullen bepalen.

Voor zover er onderzoek beschikbaar is in diverse constellaties, blijkt er vooralsnog en algemeen gesproken, geen echte meerwaarde te zijn van de digitale presentatie ten opzichte van de geschreven vorm. Een meta-analyse voor begrijpend lezen in papieren of digitale vorm, over 54 studies hieromtrent (tussen 2000 en 2017), vond geen verschil. Wel zagen de onderzoekers meer vooruitgang voor de papieren lezers, alleen bij de recentere datums van de onderzoeken (Delgado e.a., 2018).

Worden we hier wijzer uit?

Precies door de onoverzichtelijkheid van wat het internet te bieden heeft, blijft een handboek nog een houvast voor het leerproces. Zij het dat een handboek niet per se saai hoeft te zijn en dat het ook voor oefeningen kan verwijzen naar het internet. Een handboek hoeft niet een keurslijf te zijn waarbij ieder lesmoment voorgeprogrammeerd is.

Het handboek heeft nog steeds een aantal sterke voordelen, zo blijkt uit onderzoek van Cambridge professor Tim Oates:

  • Een handboek brengt consistentie in het leer-en onderwijsproces;
  • Het maakt de werkdruk voor leraren draaglijk;
  • Een goed handboek beschermt de leerling ook voor excessen en overdreven dada’s van de leraar.

Het is wel belangrijk dat goede handboeken de toets van de praktijk hebben doorstaan, zodat de leraren die het gebruiken een soort eigenaarschap ervoor ontwikkelen.

Het gaat er niet om dat leraren per les zeggen op welke bladzijde ze verder gaan (het handboek als ‘handboei’), maar dat zij het handboek als startbasis en terugvalbasis gebruiken.

Op die manier is er dus nog toekomst voor handboeken, zij het in combinatie met digitale verwijzingen en hulpmiddelen.

Bronnen:

  • Crehan, Lucy (2017). Cleverlands: the secrets behind the success of the world’s education super powers. London: Penguin, 320 blz.
  • Delgado, P. e.a. (2018). Don’t throw away your printed books: a meta- analysis on the effects of reading media on reading comprehension. Educational Research Review, 2018 (25), November, 23-38.
  • De Man, L. & Van den Brande, M. (red.) (2018). Over schoolboeken en leermiddelen. Brussel: Politeia, 211 blz.
  • Oates, Tim (2014). Why textbooks count? A policy paper. Cambridge: Cambridge Assessment, 23 blz.
  • NN, (2016). The Cambridge approach to textbooks. Cambridge: Cambridge Assessment, 141 blz.

 

 

Geef een reactie

Sluit Menu