Peter Rober

Naar aanleiding van Wereldautismedag op 2 april 2018 delen we graag verhaal van Peter Rober uit zijn boek “Lief en leed. Verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut”.

 

Help me kijken

Ik heb altijd geworsteld met Jessie, mijn 9-jarige

dochter.

Ze is een lief meisje; vriendelijk en gedienstig.

Als ik haar iets vraag, doet ze het altijd.

Maar ik vond altijd dat ze zo traag was

en stil

en in zichzelf gekeerd.

Daar had ik het moeilijk mee.

Ik ben heel anders.

Ik ben snel en actief.

Ik werk nu als redactrice voor een bekend

vrouwenblad.

Ik heb een druk leven.

Ik doe mijn werk en mijn huishouden

en dan ga ik nog drie keer per week naar de fitness,

want ik wil op mijn lijn letten.

Ik ga ook graag weg:

op reis of naar een tentoonstelling of naar een club.

Ik ben single

met een druk liefdesleven.

Op het einde van het schooljaar werd ik op school

ontboden.

De juf wilde met me praten.

Er is iets met Jessie, zei ze.

Zie je niet dat ze autistisch is?

Het was een klap voor mij,

mijn dochter autistisch?

Die zomer heb ik me met Jessie drie weken

teruggetrokken

in een huisje in Frankrijk.

Ik wilde weg uit de drukte.

Ik wilde dicht bij Jessie zijn

en eens heel goed naar haar kijken

en eens heel goed luisteren.

We zijn daar in Frankrijk veel samen geweest.

Aanvankelijk was dat moeilijk.

Ik kon mijn ritme niet loslaten.

Ik kon mijn drukte niet afleggen.

Ik wist ook niet hoe ik met Jessie moest omgaan

en hoe ik met haar moest praten.

We aten in stilte

en we maakten veel lange wandelingen,

ook vooral in stilte.

Tijdens die wandelingen

liep zij steeds traag

en liep ik vaak voorop,

en dan moest ik op haar wachten

tot ze me bijgebeend had.

Op een keer wachtte ik op haar

en ze kwam maar niet.

Waar blijft ze nu? dacht ik bij mezelf.

Ja, met enige irritatie.

Dan liep ik terug

en zag ik haar daar staan

aan de rand van het paadje.

Ze was naar een plant aan het kijken, zo leek het.

Wat is daar nu te zien? vroeg ik me af

en ik liep naar Jessie.

Ik kwam bij haar staan.

Jessie zei niets, maar bleef kijken

naar die plant alsof ze een wonder zag.

Toen zag ik het.

Jessie was naar een vlinder aan het kijken

die uit zijn cocon kwam.

Het duurde minuten,

maar we keken beiden ademloos toe.

Het ging zo traag

zo delicaat

zo mooi.

Toen begreep ik het.

Ik begreep dat ik naar de stilte van het kind moest

luisteren.

Ze heeft een eigen manier om naar de wereld te

kijken.

Ze ziet dingen die anderen niet zien.

Ze ziet de kleine dingen

en die boeien haar.

Dat is de les die Jessie me leert:

er is zoveel als je er stil bij staat.

We hebben nog veel wandelingen gemaakt,

daar in Frankrijk.

Ik heb me aan haar tempo aangepast.

En dan stond ze stil te kijken naar iets wat haar

fascineerde

maar wat ik niet zag.

En dan zei ik:

Lieve Jessie.

Help me kijken.

Help me te zien wat ik niet zie.

Ze begreep niet wat ik zei,

maar ik denk dat ze wel waardeerde

dat ik me aan haar tempo aanpaste

en dat ik bij haar bleef.

 


OVER DE AUTEUR

Accoliefenleed-frontcover
Lief en leed

PETER ROBER is als klinisch psycholoog en gezinstherapeut werkzaam in Context, UPC KU Leuven. Hij is hoogleraar aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KU Leuven en verantwoordelijk voor de postgraduaatopleiding Relatie- en Gezinstherapie aan de KU Leuven. Bij Acco verschenen van hem Samen in therapieGezinstherapie in praktijk, De naakte therapeut en Lief en Leed. Hij schreef mee aan Vinger aan de pols in psychotherapie.

Geef een reactie

Sluit Menu