Opzij, opzij, opzij,
maak plaats, maak plaats, maak plaats,
wij hebben ongelofelijke haast.
Opzij, opzij, opzij,
want wij zijn haast te laat,
wij hebben maar een paar minuten tijd.

We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en
weer doorgaan.
We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan.

Een andere keer misschien
dan blijven we wel slapen
en kunnen dan misschien als het echt moet,
wat over koetjes, voetbal en de lotto praten,
nou dag tot ziens, adieu het ga je goed.

Herman Van Veen, 1979

Zoals Herman Van Veen al in 1979 mooi beschrijft in zijn lied, zijn we allen onderhevig aan de drukte van de dag. Een drukte waar er weinig of geen tijd en ruimte is voor pijn, verdriet en rouw. We willen of moeten met z’n allen vooruit, genietend van elke dag en de mogelijkheden van de toekomst. Achteruit kijken, stilstaan bij wat we onderweg moesten loslaten, bij gemiste kansen en beperkingen of bij afscheid en de eindigheid van het leven, het zijn voor velen geen aantrekkelijke thema’s. Het maakt niet meteen vrolijk.

Maar wie geconfronteerd wordt met een groot verlies, in eender welke vorm, verlangt ernaar om ruimte te krijgen voor wie/wat men verloren is en voor de bijbehorende rouw. Men kan er niet omheen, en men wil er niet omheen. Het verlies wordt deel van een Zelf, een Zelf dat geherdefinieerd dient te worden in een omgeving die voor anderen grotendeels onveranderd is gebleven. Die anderen, die omgeving waarmee men in verbinding tracht te blijven, zijn de belangrijke getuigen van het verlies en van het proces. Men is zoekend naar mensen die willen luisteren naar verhalen over wie of wat men verloren is, zoekend naar omstanders die het rauwe proces durven en kunnen verdragen en met mildheid aanschouwen.

Die ruimte is er niet steeds. Ze dient gezocht én gemaakt te worden

Ruimte maken in onze maatschappij

Er is de stille schreeuw om ruimte en er is het antwoord in een veelheid van creaties en producties. Denken we maar aan de succesvolle Vlaamse en Nederlandse films The Broken Circle Breakdown, Tot altijd en Tonio, en theatervoorstellingen, documentaires en muziek met rouw als centraal thema. Kunstenaars blijken vaak uiting te kunnen geven aan datgene waarvoor woorden tekortschieten.

Daarnaast zijn er ook steeds meer maatschappelijke initiatieven die ruimte willen maken voor de rouwenden, zoals onder meer wereldlichtjesdag, dag van de nabestaande en rouwkampen voor kinderen.

En boeken. Een veelheid van boeken. Auteurs van autobiografieën, getuigenissen en poëzie trachten het verdriet, de kwaadheid en de leegte in woorden om te zetten. Het zijn vaak de rouwenden zelf die ze schrijven, zoeken en lezen, op zoek naar (h)erkenning. Ze bereiken vaak niet het grote publiek.

Ruimte maken in de kamer van de hulpverlener

Naast de fictie- en non-fictieboeken zijn er ook nog de vele handboeken en studieboeken over rouw, bedoeld om kaders en duiding te geven aan het complexe proces van rouw. Gegeerd door een groep hulpverleners, op zoek naar houvast en handvatten om mee aan de slag te gaan in hun praktijk. Dit boek is daar een prachtig voorbeeld van. Maar liefst 79 therapeuten laten aan de hand van casussen en methodieken in hun praktijk kijken. Ze maken ruimte om hun ervaringen te delen met collega’s: van werken met groepen, families en koppels, tot individuen. Van mindfulness tot behandeltechnieken voor gecompliceerde rouw. Allen vertegenwoordigen ze de hoop dat andere hulpverleners hier inspiratie (‘ruimte’) vinden om met deze thema’s te durven werken. Want ja, er heerst bij vele hulpverleners toch een grote onzekerheid rond dit thema. De machteloosheid om écht iets te kunnen betekenen (lees: veranderen) in de pijn van het onomkeerbare, alsook de angst om mee te gaan trillen op de intensiteit van het rauwe verdriet, schrikken velen af. Dit boek biedt een kader, in de hoop dat ook in de kamers van de hulpverlening ruimte gemaakt wordt voor rouw en verlies.

Ruimte maken in onszelf

Werken met echte mensen, met écht verdriet en échte liefde brengt ook beweging in onszelf. Het raakt aan ons eigen leven en de kwetsbaarheid ervan. De confrontatie met het leven dat in een oogwenk voorgoed en onomkeerbaar kan veranderen, de angst om onze eigen dierbaren ooit te moeten afgeven. Meer nog, de intense nabijheid tot een rouwend iemand belicht ook onze eigen verliezen en rouwprocessen en de manieren die we zelf zoeken/zochten en al dan niet vonden om hen verder te (ver)dragen. Een combinatie van echte nabijheid en een draaglijke werkbare afstand dringt zich dan op. Theoretische kaders en methodieken kunnen daarbij helpen.

Tot slot: wie authentiek met het diepe lijden van een ander werkt, heeft ook zelf weer ruimte nodig. Daarin zijn collega’s van een onschatbare waarde: om verhalen maar ook tranen uit te wisselen, om de nodige steun te krijgen om te blijven doen wat we doen. De cirkel is pas echt rond als ook wij, hulpverleners, in ons eigen netwerk, met onze eigen familie en vrienden, ruimte maken en krijgen voor verlies en rouw. In verbinding.

An Hooghe
Januari 2018
Voorwoord van Ruimte maken voor verlies en rouw in therapie. 

Ruimte maken voor verlies en rouw in therapie

Op 9 maart wordt  Ruimte maken voor verlies en rouw in therapie voorgesteld aan de hand van een interactieve studiedag. Dit is het eerste boek dat ACCO uitbrengt in een nieuwe reeks voor therapeuten:  Ruimte maken in therapie.

Geef een reactie

Sluit Menu