Coverontwerper Randall C. reflecteert over de cover die hij voor het boek ontwierp en over het thema verlies en rouw.

Tekenen is niet meer zo moeilijk, ik doe het lang genoeg, als je iets lang of vaak genoeg doet, wordt het makkelijk.
Ik zeg nog wel vaak dat het moeilijk is, maar dat is om indruk te maken. En regelmatig maak ik het mezelf moeilijk, dat is om te blijven groeien.

Het coverbeeld van dit boek was makkelijk.
Het kwam vanzelf mijn hoofd binnengewaaid.
Een figuur met een gat erin.
Inhoudelijk en metaforisch klopt dat nogal.
Leegte die achterblijft als iemand/iets verdwenen is.

Ik ben altijd blij als ik een figuur, een mensenfiguur kan gebruiken om te illustreren wat geïllustreerd moet, als ik kan vertellen wat er verteld moet zonder dat er decors gebouwd en conceptuele verbanden geconstrueerd moeten worden. Het is een geheime uitdaging aan mezelf telkens wanneer ik aan het illustreren sla.
Een figuur met een gat erin. Tien op tien.

De laatste keer dat ik mezelf voelde zoals de figuur in het coverbeeld was toen Saskia mij vertelde dat het uit was tussen ons. Saskia is niet haar echte naam, maar dat het uit was, is wel echt.

Het is pijnlijk hé, zo’n gat. Een leegte.
We zijn dagelijks al niet zo comfortabel met leegte.
Als we leegte voelen, willen we ze snel terug vol.
Vaak met gelijk wat, als er maar geen leegte is.

Op het moment dat er iemand sterft, verdwijnt of afscheid neemt, is er extra leegte, én er is iemand minder die mijn bestaan kan bevestigen. Dat is dubbel erg.
Een groot gat in je systeem.
Ik heb er een paar meegemaakt, ik ken het soort leegte, ik ken het soort gaten. Een dode vader en een dode moeder zijn de grootste.

Maar dus nu is er de leegte met de naam Saskia. En Saskia is haar naam niet, maar dat maakt niet uit, ik moet voor vulsel zorgen.

Ik merkte dat ik de Saskia-leegte vooral begon te vullen met wrok, verwijt, slachtofferschap, rechtvaardiging.
Wat een rare neiging eigenlijk, dacht ik, en ook dat ik dat slimmer kon aanpakken. Ik ben verantwoordelijk voor het verhaal dat de leegte zal vullen, ik kan er maar beter voor zorgen dat het een verhaal is waar ik graag mee rondloop.
Mijn beste idee was: oké, ik maak een lijst van alle dingen waar ik dankbaar voor ben.
Op het moment dat ik dat idee had, was het avond, en druilerig, en ik was naar de nachtwinkel aan het stappen om sigaretten te kopen. Ik weet het, niet slim, maar ja, ik was weer beginnen te roken om de leegte te vullen. (Ik kan ook zeggen dat ik chips was gaan kopen, dat ziet er wat properder uit. De échte volledige waarheid is: ik ging chips én sigaretten kopen.)
Ik ken mezelf: wanneer ik een idee heb, is het beter om er zo snel mogelijk iets concreets mee te doen, anders verdwijnt het idee op de heel grote berg van allerhande ideeën die zeer goede ideeën zijn waar ooit nog eens iets mee moet gebeuren, maar we weten niet wanneer.
Ik heb altijd een notitieboekje bij de hand om schetsen te maken en notities te nemen van wat mij invalt. Maar het regende, dus was het slimmer om een opname te maken met de dictafoon in mijn smartphone.
Het was avond en donker en druilerig en ik liep alleen op straat, er was geen gêne om een beetje luidop te gaan praten, dus ik begon: ‘Saskia, ik ben je dankbaar voor…’, en hop, er kwam iets waar ik dankbaar voor was, en dan nog iets en dan nog, en het lijstje dankbaarheden bleef groeien en voor ik het wist, was ik aan het huilen terwijl ik dankbaarheden debiteerde. Doordat ik mezelf luidop die dingen hoorde zeggen, was ik er zelf ook dieper door geraakt. Ik ben verder blijven zeggen ‘ik ben dankbaar voor…’ tot er niets meer kwam.
Toen ik thuis kwam, voelde ik me properder dan toen ik vertrokken was, opgeruimder. Het was een mooie lijst met dankbaarheden geworden, het voelde beter een dankbaar verhaal gemaakt te hebben, eerder dan een wrokkig.

Maar het verhaal tussen Saskia en mij had ook minder ‘dankbare’ kanten. Alleen een lijstje dankbaarheden maken was iets als van een rommelig huis alleen de mooie plekjes fotograferen en dan besluiten dat het opgeruimd is. Dus ging ik de volgende avond opnieuw op wandel om een lijst van spijt en spijtigheden op te nemen.
Goede spijt, ik bedoel niet spijt van toen je een kind was en je moest zeggen dat het je speet en dat je het nooit meer zou doen, maar wel spijt als: ‘ik zie dat er iets was dat voor jou moeilijk is geweest, dat vind ik spijtig.’ Spijt voelen zonder schuld voelen.

Nadat ik dus voor Saskia ook een spijt-opname had gemaakt (ik noem het ‘tapes’ intussen, dus een ‘spijt-tape’), voelde ik me zo proper en helder tegenover haar dat ik schuld begon te voelen tegenover vroegere vriendinnen met wie het uit was geraakt. Ik dacht: als ik met deze vrouw het verhaal zo mooi opgeruimd krijg, zijn er nog wel vrouwen-verhalen die opgeruimd mogen worden. En zo geschiedde, wekenlang ging ik ‘s avonds wandelen en maakte ik tapes. Eerst voor exen, dan voor ex-vrienden, dan voor niet-ex-vrienden en -vriendinnen. Sommige tapes stuurde ik door, andere niet.

Het gat dat iemand laat, wordt soms vanzelf opgevuld, het gebeurt gewoon, de zelfzorg van je systeem zorgt ervoor, en de tijd. Maar je hebt ook emotionele gewoonten die het soort verhalen die je over jezelf maakt, regisseren. En die misschien niet altijd even handig zijn.
Maar met mijn tapes kreeg ik meer controle over hoe het gat gevuld werd, met welke verhalen, met welke conclusies. En het einde is helderder dan het begin, ik heb alles wat ik had kunnen voelen/denken, laten passeren en in twee categorieën verzameld. Erg netjes. En ze zijn van mij: het is mijn dankbaarheid, mijn spijt.

Het mooiste stuk van het verhaal is dat ik op een dag een namiddagwandeling aan het maken was en merkte dat er gedachten over mijn gestorven moeder waren. Ik haalde de smartphone en de microfoon boven en begon aan een lijstje dankbaarheid voor mama. En dan een lijstje spijt. Met hetzelfde opgeruimde gevoel als resultaat, en ook wat de andere keren gebeurd was: verrassende ontdekkingen, zwevende gevoelens, dingen die hun plek nog niet gevonden hebben, dienden zich aan en zeiden: ‘leg mij maar bij dankbaarheid’ of ‘leg mij maar bij spijt’.

Daar zijn tapes op gevolgd voor mijn overleden vader, mijn overleden grootouders en een paar gestorven vrienden.

Het maakt niet veel uit of de mens tegen wie ik praat dood is of levend: het gat dat ik probeer te vullen, zit in mij.

Randall C.

Ruimte maken voor verlies en rouw in therapie

Geef een reactie

Sluit Menu