Wat is kritisch denken?

In de literatuur komen verschillende definities voor maar kort kan men kritisch denken als volgt definiëren: ‘de kunst van het juist oordelen’.

Is kritisch denken moeilijk?

Kritisch denken is een complexe activiteit die is opgebouwd uit een aantal vaardigheden. Een kritische denker is nieuwsgierig, heeft een open-Mind, staat open voor uiteenlopende of tegenstrijdige standpunten, komt los van de eigen overtuigingen, durft van mening te veranderen, legt eigen standpunten, opvattingen en overtuigingen uit en verdedigt deze, kan zich concentreren, is intrinsiek doelgericht, volhardend, georganiseerd, voortdurend op zoek naar de waarheid, is creatief en sceptisch.

Kan ik leren kritisch denken?

Natuurlijk en oefening baart kunst. Door een boek te lezen over kritisch denken ontwikkel je natuurlijk die kritische denkvaardigheden niet. Dat gebeurt alleen als je veel oefent op een gerichte, doelbewuste en geconcentreerde wijze.

Hoe kan er geoefend worden?

Kritisch denken, argumenteren, betogen, debatteren, filosoferen zijn doelstellingen die op een speelse wijze kunnen bereikt worden. Spelvormen die uitdagend zijn zodat de nieuwsgierigheid geprikkeld wordt, interesse opgewekt en aangemoedigd wordt. En dat kan in gelijk welk vak. De vaardigheden die geoefend zijn velerlei: abstract denken, analytisch denken, burgerschap bijbrengen, ethisch handelen, duidelijkheid scheppen, vragen leren stellen, leren antwoorden op vragen, standpunten innemen en durven innemen, weten wat feiten zijn en ze kunnen onderscheiden van meningen, waarderingen.  Vooringenomenheid leren inzien en durven van mening of standpunt veranderen, taal leren gebruiken, leren spreken voor een groep, luisteren, zich organiseren in team, persoonlijke overtuigingen tegenover groepsovertuigingen kunnen plaatsen, overredingskracht leren gebruiken, leren onderzoeken en opzoeken, samenwerking, enz.

Kunnen we eens kennis maken met een spelvorm?

Natuurlijk. Neem het spel Ubuntu.

Het spel bestaat uit verschillende reeksen kaartjes.

Kaartjes met ONDERWERPEN (enkele voorbeelden van onderwerpen: sport, milieu, gezondheid, onderwijs, kunst, enz.).

Kaartjes met ACTIVITEIT (rollenspel, improviseren, debatteren, betogen, filosoferen, interviewen, enz.)

Kaartjes waarop de SPELVORMWIJZE wordt vermeld (één tegen één, één tegen groep, groep tegen groep, enz.)

Kaartjes met VORM (voor een jury uitvoeren, we moeten tot een consensus komen, we moeten uit de feedback leren, enz.)

En tot slot, kaartjes met WAARDEN (het hebben van een open visie, ruimte bieden, sociaal voelend zijn, plichtsbesef tonen, zelfredzaam zijn,  ontplooiing nastreven, enz.).

Veronderstel dat je uit iedere reeks kaarten de volgende kaarten trekt:

Onderwerp: Milieu
Activiteit: Improviseren
Spelvormwijze: Eén tegen allen
Vorm: Jury
Waarde: Creatief zijn

Milieu
Standpunt dat binnen het onderwerp milieu werd getrokken: ‘Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden’.

Improviseren
Bij improviseren moet door de kinderen uit de reeks subjecten om beurten een kaart genomen worden. Voorbeelden van subjecten zijn: de stakeholders van een school, de scholengemeenschap, de scholengroep, de/een leerling, de/een juf, de/een meester, de onderhoudswerkman, de directeur, de onderhoudswerkvrouw, de buurman van de school, een ouder of ouders, de winkeluitbaatster van de winkel naast de school, enz. maar ook minder voor de hand liggende leden in deze reeks: vogeltjes, de struik, de mol in het grasveld, de vuilbak, enz. Deze minder traditionele leden zorgen voor de extra uitdaging en vergen meer creativiteit om een argument te formuleren. Op die manier wordt de fantasie van de kinderen gestimuleerd.

Eén tegen allen (= de jury, alle leerlingen min de leerling die vooraan zijn argument naar voor brengt). Iedere leerling stapt om beurten naar voor om zijn of haar argument te formuleren. De groep fungeert als jury. Iedereen heeft een groene en een rode kaart om in de lucht te steken om zo de creativiteit van de improvisatie te waarderen of af te keuren.

Voorbeelden:

De buurman: is voor de maatregel. Hij/ zij moet een argumentatieve zin maken en wel als volgt (bij wijze van voorbeeld): koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT ik vind het niet leuk om de weggewaaide papiertjes in mijn tuin steeds te moeten oprapen.

De struik is voor: Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT ik vind het niet leuk dat er onder mijn mooie blaadjes en op mijn wortels steeds vuile papiertjes te vinden zijn.

De onderhoudswerkman is voor: Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT ik moet nu niet zoveel vuilnis versleuren.

Vogeltjes zijn tegen: Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT met de papiertjes die we vinden kunnen we ons nest aankleden.

Mama is niet zo blij met deze beslissing: Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT nu moet ik iedere avond een koekendoosje afwassen.

De winkeluitbaatster naast de school is ook tegen:  Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT ik verkoop liever de duurdere individueel verpakte koekjes, dat levert meer winst op.

En….

De vuilbak is tegen:  Koekjes mogen niet meer individueel verpakt naar school meegenomen worden WANT ik voel me zo overbodig omdat ik minder inhoud krijg.

WAARDE: Creatief zijn

Het leuke is dat in debatteren, betogen of filosoferen, argumentatie telkens een belangrijke en cruciale rol speelt.

In het betogen en het filosofisch onderzoek staat het argumenteren even centraal als bij het debatteren. In alle spelvormen (zie spelvorm Kwintessens) blijkt dat we gemakkelijk zouden kunnen omschakelen of overschakelen van debatteren naar betogen (zowel mondeling als schriftelijk) of naar filosofisch onderzoek (wat betekenen de gebruikte termen, hoe kan ik preciezer zijn, hebben we het over hetzelfde, enz.?) en omgekeerd. Het is dus een kwestie van accent leggen (verleggen) waarbij uiteraard dan ook een deel doelstellingen enerzijds wat op de achtergrond worden geschoven, anderzijds andere doelstellingen prominenter naar voorkomen.

Is er een boek met spelvormen kritisch denken?

Ja. Dus, want, maar en tenzij’ van Jan De Maeyer. Dit boek vertrekt ten behoeve van de leerkracht van de uiteenzetting van wat degelijk argumenteren en kritisch denken inhouden. Dat is waar de leraar de leerling uiteindelijk wil krijgen. En dat doe je door de leerlingen van het twistgesprek spelend naar de zakelijke dialoog te loodsen. De leerkracht vertrekt van meesterschap in kritisch denken om het leerlingschap in debatteren te organiseren, waardoor de leerling zelf meester in kritisch denken wordt.  De democratie kan er alleen wel bij varen.

 

dus want maar echterv6

Geef een reactie

Sluit Menu