Waarover gaat het?

Het begrip ‘canon’ in de betekenis van een lijst waardevolle thema’s of werken in een bepaald gebied, heeft in Vlaanderen een nogal sluimerend bestaan gekend. Het was geweten dat in Nederland een canon van historische gebeurtenissen bestond, maar daar bleef het bij. Het sluimerende vuurtje flakkerde echter op met het regeerakkoord 1919-20, waarbij niet alleen voor onderwijs, Nederland naast Scandinavië, als een gidsland zou fungeren.

De Nederlandse canon werd in 2006 door een commissie deskundigen onder leiding van Frits Van Oostrom aan de regering aangeboden. De canon kwam er op vraag van het onderwijsveld, dat de gebrekkige kennis van het verleden betreurde. De canon bevat vijftig vensters van waaruit men de Nederlandse geschiedenis kan bekijken. In mei 2019 kreeg een nieuwe commissie, onder leiding van hoogleraar James Kennedy de opdracht om de canon te herijken. Dat was blijkbaar nodig omdat bepaalde partijen de canon te ‘mannelijk’ vonden en te weinig betrokken op de diversiteit in Nederland.

Het regeerakkoord 2014-2019 spreekt over een canon voor Vlaanderen waarmee “we complexloos omgaan met wie we zijn en waar we vandaan komen”. De reacties uit de hoek van historici waren echter niet eensluidend positief.

De vraag is of we met dit nieuwe begrip ‘canon’ een echte meerwaarde creëren voor het onderwijs in Vlaanderen.

Een begrippensalade met ‘canon’ als basisingrediënt

Het begrip ‘canon‘ is niet nieuw en het bestaat in diverse betekenissen. De etymologische oorsprong is het Grieks ‘kanoon’ dat richtsnoer of maatstaf betekent. Het begrip is doorgedrongen in het religieuze domein met de ‘canon van de Bijbel’, de canon als een onderdeel van een eucharistieviering en verder in het canoniek recht en niet in het minst in het werkwoord ‘canoniseren’, wat heilig verklaren betekent.

Het woord drong ook door als een muzikale kettingzang. En zelfs bij het beheer van onroerend goed, bestaat de canon als een soort erfpachthuur. Laten we dan nog in het midden dat ook een bekend Japans printermerk die naam draagt.

De canon in het onderwijs

In heel wat onderwijssystemen bestaat een soort canon van noodzakelijk te verwerven literaire werken, een literaire canon dus. De verplichte boekenlijsten, die velen onder ons nog hebben gekend, waren daarvan duidelijk een illustratie.

Het begrip leende zich in het bijzonder ook bij de ‘vaderlandse geschiedenis’. Iedere natiestaat die zich respecteerde ging bij zijn ontstaan op zoek naar de essentiële kenmerken waardoor die natiestaat een eigenheid kreeg. Voor de hand liggend waren uiteraard organisatorische kenmerken als een bevolkingsregister, een defensiemacht, een politieapparaat, een rechtssysteem, een landelijk transportsysteem en een systeem van belastingen. Maar ook op het culturele vlak kwam die zoektocht naar boven. Dan ging het om meer collectief-subjectief gehanteerde cultuuruitingen zoals moedertaal, folklore, de romantische vroegere ‘heimatgebruiken’ en gewoonten. In een moderne versie past dit zoeken in een verlangen naar identiteit.

Meer nog, het blijkt dat je in feite voor ieder werkterrein of vak een canon kan maken. Bijvoorbeeld, een wetenschapscanon: welke natuurwetenschappelijke inhouden moeten bij voorrang worden aangeboden? Verder doordenkend kan je dezelfde vragen stellen voor techniek, lichamelijke opvoeding, kunst, godsdienst, zedenleer, burgerzin en noem verder maar op. In welke mate overlapt het begrip ‘canon’ met minimumdoelstellingen of dus met eindtermen?

Kritisch kijken naar een canon

In de pedagogische literatuur is er een strekking die zich bezighoudt met het kritisch kijken naar de bestaande ‘canons’. Die gaat er van uit dat ieder vak of vakgebied gebouwd is op een aantal als waardevol geachte veronderstellingen en inhouden. In die zin bevatten vrijwel alle vakken een ingebouwde canon van wat waardevolle inhouden zijn. Ze bevatten vaak een verborgen leerplan over wat normaal, correct en goed is. Dat zijn geen universele wetmatigheden maar sociale constructies, die tijdsgebonden en omgevingsgebonden tot stand zijn gekomen.

Het is daarom niet onzinnig om op zoek te gaan naar de onderliggende en op het eerste gezicht verborgen bouwstenen en die aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. En zo komen we bij wat in de literatuur heet ‘canonical critical consciousness’, vrij vertaald als kritisch kijken naar de grondslagen en aannames van een vakgebied. Dan kom je wellicht uit bij vragen over de mate waarin die grondslagen bevattelijk zijn of nog voldoende actueel zijn voor jonge mensen van nu of voor bepaalde minderheidsgroepen (mensen met handicaps, partiële leerstoornissen, anderstaligen, etnische groepen…) En mogelijks kom je dan uit bij discussiepunten die in een democratische samenleving de moeite waard zijn om tot een constructieve dialoog te leiden. De term die men daarvoor in het onderwijs gebruikt, is dan
‘Canonical Critical Pedagogy (CCP)’.

Dit type kritisch denken is typerend voor democratisch geordende samenlevingen en je zal het niet vinden in centralistische en weinig democratische samenlevingen. Voor het vermijden van dergelijke discussies is het in centralistische systemen aangewezen een curriculum zeer sterk te detailleren en het bovendien te borgen door competitieve centrale examens. Die sterke borging via zogenaamde gestandaardiseerde en objectieve metingen, garandeert voor de toekomst conformistische, volgzame en niet erg diverse burgers.

Eindtermen of canon?

Het bovenstaande suggereert in feite dat het begrip ‘canon’ overbodig is in de context van ons onderwijs.
Er is niets mis met het zoeken naar een identiteit van een samenleving in het licht van de uitdijende en soms bedreigende globalisering. Mensen hebben behoefte aan een soort ‘nestwarmte’ die een zekere binding met elkaar en dus ook een minimale zekerheid in de complexe globaliserende wereld biedt. De vraag is echter of je daarbij een nieuw begrip nodig hebt naast de reeds overvloedig aanwezige.

In feite gaat het bij een canon om minimumdoelen, die tot stand komen via een uitvoerig en democratisch ondersteund debat. In het Vlaamse voorstel met de reacties van de historici, kan je stellen dat de historici aan zet zijn om een uitvoerig gedragen debat te leiden, dat zal uitmonden in gedragen eindtermen van geschiedenis, of historisch bewustzijn zoals het nu in de eindtermen is gerubriceerd.

In feite zijn canons overbodig als de eindtermen via een degelijk gevoerd debat worden voorbereid, uiteraard met inbreng van vakspecialisten terzake. En laten we die debatten de nodige tijd geven om een voldoende draagvlak te creëren. Vergeten we dan ook niet om de vertalers van die eindtermen in de pedagogisch-didactische praktijk, de leraren dus, het grootste gewicht in de procedure te geven.

Bronnen

Bouwman, R.(2014). De canon van Nederland. Onze geschiedenis in vijftig thema’s. Amsterdam: Meulenhoff, 232 blz.
Dyckes, J. (2018). Critical canon pedagogy: applying disciplinary inquiry to cultivate canonical critical consciousness. Harvard Education Review (88), n°4, 538-564.
Hirsch, E.D. (2018). Why knowledge matters. Rescuing our children from failed educational theories. Cambridge, MA: Harvard Education Press, 270 blz.

 

Lees Impuls. Leiderschap in onderwijs

Je team kunnen begeesteren en engageren, daar draait het vandaag om. Als schoolleider ben je niet alleen leidinggevende. Je bent ook people manager, veranderingsmanager en communicator. Vernieuwing, innovatietrajecten, veranderingsprocessen? Steeds bijleren is de boodschap.

Wil jij je onderwijsvisie verdiepen en in een ruimer kader plaatsen? Je kennis up-to-date houden? Dat kan met ImpulsLeiderschap in onderwijs. 

NIEUWSBRIEF

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Impuls. Leiderschap in onderwijs


Geef een reactie

Sluit Menu