Al jaren lopen de discussies over de herwaardering van  het lerarenambt. Het is ondertussen een soort hangmapbegrip geworden. Het is een dossier waarin je naar believen delen in je hangmappen kan stoppen. Bijna alles wordt met bijna alles verbonden: financiële aspecten, jobrotatie, professionalisering, academische ambities, perceptie van het lerarenberoep, mentoraat… Het is daarom ook geen wonder dat een  perfecte landing lang op zich laat wachten.

Opvallend is echter het  ontbreken van een zicht  op de herwaardering van het lerarenberoep van binnen uit. Het gaat om de  beroepsbeleving van de leraar   en de daaraan  al dan niet verbonden beroepstrots. Een zelfonderzoek is daarbij op zijn plaats.

Beroepsbeleving

Vaak ontbreekt een positief beroepsbeeld. Leraren plaatsen zich nogal gemakkelijk in een soort slachtofferrol.  Bijvoorbeeld :hoe moeilijk is het wel om met de altijd maar lastiger wordende leerlingen om te gaan?  De lastige leerling is vaak terug te vinden in het hertalen van allerlei stereotypen en dito voorbeelden. Al dan  niet wordt al eens gesteld  dat het in vroegere tijden zoveel beter was. Terwijl je ook meer positief kan kijken naar de nieuwe diverse leerlingen. Voor een leraar is een lastige leerling ook een gewone leerling. Dus moeten we daarover niet zeuren, net zoals een arts dat ook niet doet als hij zieke mensen  op bezoek krijgt. Het hoort gewoon bij de job.

Beroepstrots

Als we dat beroep zo beleven, is er ook een claim op beroepstrots. Een leraar is dan niet zomaar een uitvoerder van  wat anderen hebben bedacht. De leraar heeft een eigen  professionaliteit als instructor, begeleider, motivator,  coach,  teamspeler. De leraar is een professional op pedagogisch-didactisch vlak. Hij hoeft niet politiek-correct de pseudo-wetenschapper uit te hangen met al dan niet dikdoenerig jargon. Zijn  pofessionaliteit ligt in de overdracht van kennisgebieden, die hij uiteraard grondig beheerst. En over dat pedagogisch-didactisch overdragen reflecteert hij bestendig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wetenschappelijke wereld of  begeleidende instanties. Een dergelijke leraar is geen eenzaat. Hij is lid van een  team, dat reflecteert, discussieert,  hospiteert en zo bestendig de kwaliteit bewaakt. Een uitstekend functionerende klassenraad hoort daarbij.

Die leraar  en  het team als school hebben geen behoefte aan  uniformiteit.  Dat team heeft recht op voldoende beleidsruimte. Het is in staat om zelf de grenzen van het verplichte minimum (de eindtermen, minimumleerplan) te overschrijden en om zelf te beoordelen welk onderwijstraject voor iedere leerling het best  geschikt is.

Inspiratiebron: voordracht  W. Van der Geest, oud-rector scholengemeenschap Maastricht.

Geef een reactie

Sluit Menu