Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om élke vraag die opduikt, te beantwoorden en élke omgeving aan te passen aan de specifieke noden van een persoon met autisme. Daarom werk je niet alleen op het spoor van de omgeving, maar ook met de mensen met autisme zelf. Een dubbelspoor zowaar.

Spoor 1: de omgeving

De omgeving van personen met autisme zit vol prikkels waar een autistisch brein moeilijker een betekenis aan kan geven. Dat zorgt voor veel onrust. Maar hoe pas je de omgeving aan?

1. Aanpassen van de prikkels

De omgeving aanpassen op het vlak van prikkels kan op twee manieren: je kan prikkels weghalen of toevoegen. Daarmee mik je vooral op de sensorische input en niet op betekenisverlening. Concreet doe je dat door bijvoorbeeld examens af te nemen in een stille ruimte, een gordijn voor een fel gekleurde wand te hangen of woorden met intonatie te benadrukken.

2. Aanpassen van de duidelijkheid

Mensen met autisme hebben niet alleen behoefte aan duidelijkheid in het hier en nu, ze willen ook duidelijkheid over wat er te gebeuren staat of kan gebeuren. Wanneer je de omgeving aanpast door meer duidelijkheid te bieden, spreken we van verhelderen, en dat is de kern van autismevriendelijkheid. Concreet doe je dat door bijvoorbeeld sociale regels uit te leggen, consequenties toe te lichten of een timer te gebruiken tijdens een opdracht.

3. Aanpassen van de moeilijkheidsgraad

De moeilijkheidsgraad pak je aan door het sociale niveau van de omgeving aan te passen. Concreet doe je dat door bijvoorbeeld gemakkelijkere vragen te stellen, meer tijd te geven voor een opdracht of bepaalde doelen uit te stellen tot de persoon met autisme iets ouder is.

Spoor 2: de persoon met autisme

Leren vraag tijd en energie. Daarom is het belangrijk dat begeleiders goede keuzes maken in de vaardigheden die ze willen aanleren. Te veel en te snel werkt immers nooit. Het belangrijkste criterium is: kan de persoon met autisme hier iets mee in zijn leven? Het is veel nuttiger om je te richten op het aanleren van nuttige vaardigheden dan op het afleren van vervelend gedrag. Maar hoe leer je nieuwe vaardigheden aan?

1. Houd rekening met de context

Concrete, herkenbare contexten kunnen personen met autisme gemakkelijker voor de geest halen  dan abstracte vaardigheden. Daarom is het nuttiger om te vertrekken vanuit een context dan vanuit een vaardigheid.

2. Leer vaardigheden aan in kleine stappen

Te grote sprongen nemen houdt een groot risico in op faalervaringen, misverstanden en dus ook stress. Bepaal telkens voor een vaardigheid welke deelaspecten erin vervat zitten en start daarmee.

3. Stem het tempo af op de persoon met autisme

Hoelang het precies duurt om een vaardigheid onder de knie te krijgen, is niet exact te definiëren. Het is zeker zinvol om een theoretische planning op te maken wanneer je start met een aanleerproces, maar de vooruitgang van de persoon met autisme krijgt altijd voorrang.

Het heeft geen zin om je te focussen op slechts één spoor. Beide sporen versterken en ondersteunen elkaar. Aanbod en uitdagingen horen bij de omgeving van personen met autisme; hun behoeften of mogelijkheden sluiten aan bij de persoon zelf. Door daarop in te zetten, doe je personen met autisme groeien. En daar doe je het voor, toch?

Autisme Centraal
Methodiek voor ouders en begeleiders

De AutismeCentraalMethodiek helpt je anders kijken naar het gedrag van mensen met autisme én naar je eigen begeleiding. Aan de hand van zes kernbegrippen helpt de methodiek je om een autismevriendelijke school-, leefgroep-, thuis- of werkomgeving te creëren.

Dit boek is geen wondermiddel dat alle moeilijkheden magisch uit de wereld zal helpen. Het is wel een duidelijk overzicht dat je doet inzien waar kansen liggen, telkens met oog en respect voor autistisch denken.

Kobe Vanroy, Autisme centraal. Methodiek voor ouders en begeleiders. (Acco Uitgeverij, Leuven, 2018). 144 blz. €40,70. ISBN: 9789463448598

Verkrijgbaar via de Acco-webshop of in de boekhandel.

Geef een reactie

Sluit Menu