Er is al veel gezegd en geschreven over leerstoornissen bij kinderen. Helaas doet ook veel foutieve informatie de ronde. Zulke mythes kunnen zowel ouders als kinderen op het verkeerde spoor zetten en onzeker maken. Dringend tijd dus om vijf onwaarheden de wereld uit te helpen. 

1. Kinderen met leerstoornissen maken heel typische fouten.

Onwaar: Kinderen met een leerstoornis maken geen andere fouten dan kinderen zonder leerstoornis. Ze maken wel veel meer fouten, die bovendien hardnekkig zijn. Daardoor maken ze op latere leeftijd nog meer beginnersfouten, zoals letterverwisselingen en spiegelingen.

2. Wanneer een kind moeilijkheden met leren vertoont, is een leerstoornis de meest voor de hand liggende hypothese.

Onwaar: Er zijn tal van redenen waarom het leren bij een kind vastloopt. Er zijn nu eenmaal minder verstandige, minder gemotiveerde of zelfs verwaarloosde kinderen. Daarom is het noodzakelijk om zo breed mogelijk te exploreren wat er aan de hand is wanneer het leren moeilijk gaat. Dat betekent het kind extra opvolgen en observeren, de ouders contacteren en overleg plegen met de zorgcoördinator en CLB-medewerkers.

3. Kinderen vertonen de eerste signalen van een leerstoornis al tijdens hun eerste levensjaren.

Onwaar: Kinderen met een leerstoornis vertonen tijdens hun eerste levensjaren weinig opvallend of verontrustend gedrag. Het zijn gewone, leuke kinderen en ook de ouders valt weinig bijzonders op. Zitten, staan of kruipen? Ze leren het allemaal even goed als andere kinderen. Ook in de eerste kleuterjaren valt er nog niet veel te merken van de toekomstige leerstoornis.

4. Wanneer je kind een goed rapport heeft, kan er geen sprake zijn van een leerstoornis.

Onwaar: Rapporten zijn niet altijd even informatief en objectief. Waar wordt op school de lat gelegd? Geeft het rapport effectief aan waar het kind staat? Soms kan je uit het rapport afleiden hoe het kind zich tot zijn leeftijdsgenootjes verhoudt aan de hand van het klasgemiddelde of de mediaan, maar die informatie wordt niet altijd vermeld.

5. Je kan makkelijk testen of een kind al dan niet een of meerdere leerstoornissen heeft.

Onwaar: Vaststellen en bevestigen dat de problemen veroorzaakt worden door een leerstoornis, blijft voor de betrokken ouders én leerkrachten een moeilijke zaak. Zo wordt de meerderheid van de kinderen met een leerstoornis ten vroegste op het einde van het tweede leerjaar opgespoord. Vroegtijdige opsporing is nochtans van het grootste belang aangezien studies aantonen dat het bij veel kinderen na de leeftijd van 8 jaar zeer moeilijk is om een ernstige leerstoornis nog met succes te behandelen.

Merk je toch al signalen op? Bespreek het dan met een arts of een verpleegkundige van Kind en Gezin. Hoe vroeger problemen bij kinderen worden opgespoord, hoe sneller en efficiënter ze aangepakt worden. Wanneer ouders weten wat er aan de hand is met hun kind, kunnen ze hun pedagogische aanpak daarop afstemmen. Dat komt zowel de ontwikkeling van het kind, als de relatie met de ouders alleen maar ten goede.

Als leren pijn doet
Kinderen met een leerstoornis opvoeden en begeleiden

Over kinderen met leerstoornissen zijn al bibliotheken vol geschreven. Maar als het leren pijn doet, laat dat zich ook thuis voelen.

Dit boek helpt ouders bij het zoeken naar de juiste aanpak van en gepaste hulp voor hun kind met een leerstoornis. Leerkrachten krijgen een beter inzicht in wat het voor een gezin betekent als een kind met een leerstoornis worstelt. Het reikt handvatten voor een goede communicatie met de ouders en andere deskundigen.

Pol Ghesquiere, Walter Hellinckx, Als leren pijn doet (Acco Uitgeverij, Leuven, 2018). 192 blz. €23,20. ISBN: 9789463790680.

Verkrijgbaar via de Acco-webshop of in de boekhandel.

Geef een reactie

Sluit Menu