“Ikke nie eten!” Zucht, het is weer zover. Je kleinste is niet te stoppen.
“Lieve schat, als je nu niet eet, dan ga je maar naar bed!”
“Ikke. Niet. Eten!”
“Smoutebolleke, als je nu niet eet, dan heb je seffens honger. Daarnaast mis je ook essentiële vitaminen die je hersencapaciteit stimuleren en je groei bevorderen.”
“Bah!”
“Is het nu gedaan met dat gedoe?!”

Een driftbui bij peuters is niet abnormaal. Zeker niet wanneer ze de leeftijd van twee jaar naderen en dus volop in hun peuterpuberteit zitten. Als ouder is het soms moeilijk om je geduld en kalmte te bewaren, zeker wanneer je peuter in een openbare ruimte besluit om zijn of haar keel open te zetten. Daarom zetten we 5 do’s en 5 don’ts op een rijtje om een woedeaanval bij peuters te voorkomen of ermee om te gaan.

Wat je beter niet doet:

  1. Zeggen dat het maar gedaan moet zijn met dat gedoe!
    De peuter voelt zich niet gehoord. Zo’n uitspraak zal alleen zijn of haar frustraties versterken.
  1. Toegeven aan de situatie om een driftbui te voorkomen.
    De peuter zal daar dankbaar gebruik van maken en bij een volgende situatie is de driftbui gegarandeerd nog intenser!
  1. Toegeven aan ‘nog één keer’.
    Jasmine (22 maanden) speelt verstoppertje met de babysit. Telkens opnieuw vraagt ze om het spel voort te zetten door te vragen: “Nog een keer…” Zo gaat het spel nog een tijdje door. De babysit legt op een bepaald moment duidelijk uit dat ze zich nog één keer zullen verstoppen en dat het spel daarna gedaan is. Maar Jasmine dringt aan voor “nog één keer…” Daar geef je beter niet aan toe! Misschien leidt dat nu tot een driftbui, maar door zo’n consequente aanpak leert Jasmine wel dat ze de regels maar best naleeft.
  1. Het kind overladen met een uitleg.
    “Als je geen jas aandoet, word je ziek en moet je naar de dokter. Dat versta je toch.” Zo’n uitleg dringt niet door bij een peuter die een driftbui heeft.
  1. Het kind als straf naar bed sturen omdat hij of zij iets stouts gedaan heeft.
    Het gevaar bestaat dan dat ‘naar bed gaan’ wordt geassocieerd met iets onaangenaams, waardoor er later slaapproblemen kunnen ontstaan. De slaapkamer moet een plek zijn waar de peuter zich veilig en geborgen voelt en dus graag naartoe gaat. Bovendien snapt het kind niet wat het fout deed.

Wat je wel kan doen:

  1. De peuter veel positieve aandacht geven buiten conflictsituaties.
    Door het geven van een complimentje neemt de eigenwaarde van de peuter flink toe en zijn driftbuien minder nodig: “Flink dat je mama niet stoorde toen ze aan het telefoneren was met oma.”

  2. Vragen anders leren stellen en het kind zelf laten kiezen tussen twee opties.
    Vraag bijvoorbeeld niet: “Ga jij jouw schoenen aandoen?” Je kind antwoordt sowieso met een krachtig ‘neen’, omdat het geleerd heeft uit andere ervaringen dat het daardoor ‘macht’ uitoefent. Stel de vraag daarom anders: “Ga je de blauwe of de bruine schoenen aandoen?”

  3. Begrip tonen voor de peuter zijn situatie en gevoelens.
    “Ik snap jouw teleurstelling dat mama jou deze avond niet in bed kan stoppen. Heb je zelf een idee hoe je nu lekker in slaap kan vallen?”

  4. De peuter aanmoedigen in zijn acties.
    Robbe (2 jaar) staat in de badkamer en wil zelf zijn broek aantrekken. Hij voelt dat hij het nog niet helemaal alleen kan en roept gefrustreerd: “Kannie bjoek aandoen!” Mama grijpt in: “Je kan je broek wel al aandoen. De knop dichtdoen lukt nog niet, maar we blijven oefenen.”

  5. De peuter tijdig verwittigen wanneer je wenst dat er wordt opgeruimd of wanneer je wil vertrekken.
    Bijvoorbeeld: “Binnen vijf minuten wil papa vertrekken. Dan hebben jullie nu nog even tijd om een einde te bedenken voor jullie spel.”

Tip: hang de tien do’s en don’ts ergens duidelijk zichtbaar op. Zo weet jij steeds wat te doen als je peuter even de controle kwijtraakt. En tot slot: geen paniek, de peuterpuberteit is slechts een fase.

Peuters met een ontwikkelingsvoorsprong

Hoe herken je peuters met een ontwikkelingsvoorsprong?

Peuters met een ontwikkelingsvoorsprong vertonen al vroeg bepaalde eigenschappen. Sommige kenmerken zijn bij de ene peuter met een ontwikkelingsvoorsprong al duidelijker aanwezig dan bij de andere.

Peuters die nét iets meer kunnen

Als leerkracht, opvoeder of ouder omgaan met peuters met een ontwikkelingsvoorsprong, is een hele opgave! Hoe daag je deze peuters uit?  Met meer dan 500 voorbeelden en 150 tips geven we de aanzet tot het creëren van een speelse en krachtige leeromgeving.

Ann Meersman, Kristin Stroobandt, Peuters die nét iets meer kunnen (Acco uitgeverij, Leuven, 2019). 248 blz. €29,99. ISBN: 9789463793391.

Verkrijgbaar via de Acco-webshop of in de boekhandel.

Geef een reactie

Sluit Menu