Wanneer kan ik goed spreken?’ is een vraag die je vaak hoort bij cursisten die een nieuwe taal leren. Het antwoord op die vraag is complex… Maar over één ding kunnen we het vast eens zijn: om je vlot mondeling te leren uitdrukken, of het nu in je moedertaal of in een vreemde taal is, is het nodig om veel te oefenen.

Als leerkracht Nederlands of moderne talen kan je ervoor zorgen dat je leerlingen of cursisten alle mogelijkheden krijgen om spreekvaardigheid te oefenen, ongeacht welk niveau ze hebben. Maak het voor je leerlingen (en voor jezelf) extra motiverend door regelmatig oefenvormen af te wisselen.

Heb je even geen inspiratie? In deze blog delen we enkele lesideeën om spreken te oefenen. De lesideeën komen uit Doe maar taal, een boek vol dynamische lesideeën voor alle moderne talen, op alle taalniveaus.

Voor we starten: een algemene tip

Zorg steeds voor een aangename, open en vooral veilige klassfeer, zodat iedereen kan en wil participeren in de discussie. Zorg ervoor dat iedereen vrijelijk zijn mening kan en mag geven en respect heeft voor de mening van de andere(n), ook al strookt die helemaal niet met zijn mening of de mening van de groep. Wijs de leerlingen of cursisten erop elkaars mening te accepteren. Het leren accepteren van meningen die niet stroken met hun eigen mening is minstens even belangrijk. Als je voelt dat de discussies te emotioneel worden, hou dan even een pauze, zodat alles wat kan bezinken.

Uitspraak oefenen in de klas

Een correcte uitspraak draagt bij tot een goede verstaanbaarheid. Iemand die de woordenschat en grammatica beheerst maar krompraat, wordt ondanks zijn kennis van de taal niet begrepen.

Oefening 1: Handen omhoog

De leerlingen zitten in een cirkel en leggen hun handen op hun knieën. De leerkracht leest een minimaal woordpaar voor, bijvoorbeeld muurduur of buurboer. Als de klanken gelijk zijn, zoals bij muur-duur, blijven de handen op de knieën of maken de leerlingen met hun armen een kruis voor hun lichaam. Zijn de klanken niet gelijk, zoals bij buur-boer, steken de leerlingen hun armen in de lucht.

Uiteraard kan je met deze oefening ook variëren:

  • Geef de leerlingen twee fiches (hetzelfde/niet hetzelfde, groen/rood). Lees minimale woordparen voor en laat de leerlingen de groene of rode fiche opsteken waarmee ze aangeven of de klanken die je gelezen hebt dezelfde of niet dezelfde waren. Daarna kunnen ze dit eventueel in groepjes doen.
  • Geef de leerlingen fiches waarop de klanken staan die je wil inoefenen. Lees een woord voor en laat de leerlingen de fiche opsteken van de klank die ze denken gehoord te hebben.
  • Je kan met deze oefening ook oefenen op lettergrepen.

Oefening 2: Afvalrace

De leerlingen staan recht. Gooi een (zacht) balletje naar een leerling en noem een klank. De leerling in kwestie moet een woord vormen met de genoemde klank, binnen een afgesproken tijd. Kan hij dat, dan gooit hij het balletje naar een andere leerling die op zijn beurt een nieuw woord moet noemen met dezelfde klank. Kan een leerling niet antwoorden of noemt hij een fout woord of een foute klank, valt hij af. Als er iemand afvalt, kan je van klank veranderen. Wie als laatste overblijft, heeft gewonnen.

Download ‘10 lesideeën over spreken die je vandaag nog in je les kan gebruiken’

Wil je nog meer originele ideeën? Download dan ‘10 lesideeën over spreken die je vandaag nog in je les kan gebruiken’. In dat pakket vind je 10 originele ideeën en spreekopdrachten waarmee en waarover leerlingen vrij kunnen spreken in de klas. De nadruk van de oefeningen ligt op samen spreken, vertellen, voorstellen, beschrijven, reconstrueren en ook op luisteren naar elkaar.

Doe maar taal. 1001 dynamische lesideeën voor alle taalniveaus

Ben je op zoek naar nieuwe ideeën voor woordenschatverwerving of een andere manier om de luister- of leesoefeningen aan te pakken? Wil je ludieke lesideeën opdoen en oefeningen in een ander jasje steken?

Doe maar taal is een must read voor elke (taal)leerkracht.

Geef een reactie

Sluit Menu