Onze Franstalige medebewoners zijn niet speciaal bekend voor hun innovatief gedrag op het gebied van onderwijs. Het aantal zittenblijvers is er zeer hoog  en de heisa die de resultaten op de PISA toetsen terecht of ten onrechte veroorzaakten, maakte het Franstalige onderwijs niet speciaal sympathiek bij het grote publiek. De syndicaten  in Franstalig België hebben de reputatie voor alles en nog wat dwars te liggen als er geen boter bij de vis is. We moeten onze mening wellicht herzien als we kijken naar een grootscheeps masterplan voor de  innovatie van het onderwijs in de Federatie Wallonië-Brussel. Vlaanderen  heeft bij dit plan het nakijken.

Een grootscheeps project

Blijkbaar was het al dan niet uitgesproken ongenoegen over het  Franstalige onderwijs voor een minister als Marie-Martine Schyns een mooi uitgangspunt om een grootscheeps  zogenaamd ‘Pacte pour un enseignement d’excellence’ op het getouw te zetten. Het is een project geworden waarin er  met alle participanten en op een gestructureerde wijze, bakens moeten worden gezet voor een kwaliteitscultuur in het onderwijs van de Federatie Brussel-Wallonië. Het is een ingrijpend plan, dat in verschillend fasen gebeurt, met de bedoeling  te landen in 2025. Het voorbereidend werk startte in januari 2015 en leidde tot een  globaal plan  in april  2016. Daarna zou dan de implementatie beginnen binnen een structuur met bovenaan een  sturend orgaan: het Comité d’Accompagnement, waarin de hoofden van alle stakeholders (inrichtende machten, ouders, syndicaten, bedrijfsleven)  zitting hebben. De uitvoerende leiding berust bij een  Groupe central, eveneens participatief samengesteld, maar aangestuurd door de administratie.  Deze Groupe central  werkt met een Bureau voor de dagelijkse werking. Vanuit de Groupe central worden zes  werkgroepen aangestuurd. Elke werkgroep krijgt een  werkfiche  maar wordt verondersteld  zich breed te informeren. Ze kunnen op hun beurt subgroepen aan het werk zetten. Ze rapporteren aan de Groupe central. De zes werkgroepen gaan over:

  • Een status quaestionis van de problemen,
  • Visie en waarden voor de 21ste eeuw,
  • De participanten in het onderwijs,
  • De schoolloopbaan van de leerlingen,
  • Benodigde kennis en competenties,
  • Beleidsproblemen op macro-en meoniveau.

In 2016 legde het Comité d’Accompagnement het definitieve plan voor aan hun respectievelijke achterban.

Realisatie

Zoals verwacht stuitte het plan  op weerstand bij de achterban van de lerarensyndicaten. Het ging voornamelijk om de ‘tronc commun’ tot 15 jaar, het al dan niet verlies van jobs door die ingreep en  verder geld voor allerlei ondersteuning.

Na drukke  onderhandelingen bereikte de participanten een akkoord in maart 2017.  Daarin wordt de implementatie verschoven naar 2030.

De belangrijkste maatregelen zijn  een gemeenschappelijke middenschool (‘tronc commun’) tot 15 jaar in plaats van nu tot 14 jaar. Daarna komen drie jaar in twee stromen:’ transition’ en ‘qualification’. Er is geen sprake van onderwijsvormen en  voor kwalificatie wordt het onderscheid tussen technisch en beroepsonderwijs weggewerkt (wellicht via een modulair systeem met ‘unités capitalisables’).

De evolutie gaat gepaard met  de formulering van nieuwe eindtermen (‘référentiels’), te beginnen in september 2020 voor de kleuterschool en de twee eerste jaren van het lager onderwijs. Dan komt progressie, jaar per jaar tot 2027, wanneer alle curricula tot en met 15 jaar afgewerkt zijn.

Geef een reactie

Sluit Menu