Talrijke factoren spelen een rol in het stemgedrag voor Trump en Brexit. Maar scholingsgraad en sociaal-economische achterstelling komen overal bovendrijven.
Niet omdat laaggeschoolden het niet begrijpen. Wél omdat de welvaartsstaat niet goed genoeg voor hen zorgt.

De nieuwe breuklijn – deze die loopt tussen hooggeschoolde en laaggeschoolde mensen, tussen de winnaars en de verliezers van de nieuwe economie – wijst op een systemische crisis van de naoorlogse welvaartsstaat, niet alleen in de VS en in het VK, maar ook bij ons.

De heersende gedachte is dat a) de markt voldoende jobs kan creëren voor mensen met een lagere scholing, b) deze jobs op hun beurt de welvaartsstaat ‘lichter’ zullen maken en dat c) deze mensen aan het werk zullen gaan wanneer ze maar voldoende worden ‘geprikkeld’.

Deze gedachte moeten we verlaten. Het leidt alleen maar tot een neerwaartse spiraal van  toenemende bestaansonzekerheid en ‘discontent’. We moeten de redenering omdraaien: we hebben niet minder maar méér welvaartsstaat nodig. Jobs voor laaggeschoolden kosten geld. En om dat mogelijk te maken hebben we meer herverdeling nodig, een beter macro-beleid en een sterker sociaal weefsel.

Lees meer over ‘De staat van de welvaartsstaat‘, het nieuwe boek van Bea Cantillon.

Bea Cantillon is hoogleraar & directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen.

Trump, Brexit... en de Staat van de welvaartsstaat
“We hebben niet minder, maar méér welvaartsstaat nodig.” – Bea Cantillon

 

 

Geef een reactie

Sluit Menu