Collectief wonen is samen delen. Verbondenheid is het sleutelwoord. Je verbinden met anderen, delen, wederkerigheid, hulp ontvangen, hulp geven. In een nabuurnetwerk, (ver)bouwgroep, woongemeenschap of zorgcollectief.
Dat is minder moeilijk dan het lijkt.

Zo kun je in je straat of buurt redelijk gemakkelijk een nabuurnetwerk realiseren. Je kunt dan thuis blijven wonen en naarmate je zin en tijd hebt, investeer je in dat grotere netwerk. Je biedt iets aan waar je goed in bent en wat je leuk vindt. In ruil daarvoor krijg je andere diensten en een stuk verbondenheid terug.
Zelf en samen met anderen je huis bouwen in een nieuwbouwwijkje heeft het voordeel dat je met elkaar ervaringen, inzichten, materialen en gereedschappen en andere dingen kunt uitwisselen.
Dan ontstaat vanzelf een band en, na verloop van tijd, een buurtje met gemeenschapszin.

Als je met anderen in een (ver)bouwgroep wilt samenbouwen, klussen of je wooncomplex zelf wilt gaan onderhouden, heb je soms extra expertise en specifieke begeleiding nodig. Een bouwcollectief gedijt beter met de hulp van de gemeente, een architectenbureau of een geëngageerde projectontwikkelaar.

De CPO (ver)bouwgroep is vaak erg heterogeen wat wensen, referentiekaders, leeftijden e.d. betreft. Zodanig dat je externen nodig hebt om de processen te kanaliseren, op snelheid te brengen en te houden. Zeer zeker als de potentiële bewoners ook veel zelf willen doen, de verantwoordelijkheid voor hun woonomgeving op zich willen nemen of krijgen.

 

Een woongemeenschap bottom-up beginnen is voor idealisten met een lange adem. Dat lukt alleen maar als de groep niet te heterogeen is en de deelnemers behoorlijke communicatieve vaardigheden hebben.

Ze moeten weten wat ze willen en een idee hebben van hoe groepen functioneren. Vooral moeten ze van elkaar en van anderen willen leren.

Veel groepen mislukken, de leden leren er veel van, maar zonder resultaat. Vaak zijn ze erg heterogeen. Karakters, communicatiestijlen en wensen lopen dan behoorlijk uiteen.

Soms zijn deze community’s gediend met een select groepje van mensen die de ruimte krijgen om de groep te leiden, oog hebben voor de belangen en wensen van anderen, en zich democratisch laten sturen.

 

Het oprichten van een zorgcollectief is een stuk complexer.

Voor zorgverlening en -organisatie moet je aan allerlei professionele en financiële eisen voldoen. Daarvoor heb je initiatiefnemers met lef en betrokken professionals nodig, B-types die de regelingen kennen, van de paden af durven en nieuwe combinaties maken.

De ontwikkelingen gaan snel. Mede door de druk van de overheid en, in het licht van de participatiemaatschappij, de eigen verantwoordelijkheid voor zorg. Gelukkig ontstaan er veel nieuwe praktische initiatieven die ook uitvoerbaar zijn.

 

Peter Camp, auteur van Wonen in de 21ste eeuw

Geef een reactie

Sluit Menu