In jouw klas behalen alle leerlingen hetzelfde niveau. Hun resultaten schommelen tussen de 75% en de 80% en ze zijn allemaal geïnteresseerd in wiskunde, wetenschappen én talen.

Toch niet? Tuurlijk niet. Leerlingen hebben verschillende sterktes, zwaktes en interesses. Waarom zou je dan iedereen exact dezelfde leerstof, op exact dezelfde manier geven?

Als goede leerkracht wil je vast dat elke leerling zich optimaal ontwikkelt. Het onderste uit de kan halen als het ware. Maar hoe doe je dat?

Begin met informatie te verzamelen over de voorkennis van je leerlingen via diverse evaluatiemethodes. Zo achterhaal je met welke onderdelen en activiteiten ze het moeilijk hebben en welke ze onder de knie hebben. Op basis van die informatie volg je je leerlingen nauw op en stuur je bij waar nodig. Gevolg? Een geoptimaliseerd leerproces voor iedere leerling. Met de volgende drie methodes ben je zo vertrokken.

Methode 1: gebruik actieve werkvormen

Voorbeeld: Op het einde van een lesonderdeel vraag je aan je leerlingen om het volgende te noteren: drie zaken die ze geleerd hebben, twee zaken die ze interessant vonden en waarover ze meer willen weten en één vraag over het lesonderdeel. Die informatie gebruik je om na te gaan welke leerstof klassikaal of individueel hernomen moet worden tijdens een volgende les én wat de interesses zijn van je leerlingen.

Methode 2: stel vragen

Voorbeeld: De leerlingen hebben vorig jaar al de beginselen van het huidige thema gezien. Via een quiz ga je na wat ze daar nog van weten en begrijpen. Zo activeer je de nodige voorkennis en merk je vrij snel wanneer leerlingen niet helemaal mee zijn met het onderwerp. Door zulke interacties stuur je de les of individuele leerlingen tijdig bij waar nodig.

Opgelet: bij een klassikale aanpak van vragen stellen, zijn meestal niet alle leerlingen even betrokken. Leerlingen die zich onzeker voelen of het moeilijker hebben met de vakinhoud, zijn minder actief in het vraag-antwoordgesprek. Om dat te vermijden en meer leerlingen actief te betrekken, pas je de think – pair – share-techniek toe. Daarbij laat je leerlingen eerst individueel nadenken over een bepaald onderwerp. Daarna mogen ze daarover overleggen met hun buur, waarna de ideeën klassikaal uitgewisseld worden.

Methode 3: observeer je leerlingen

Voorbeeld: Je leerlingen maken zelfstandig oefeningen. Intussen observeer jij wie goede prestaties behaalt, maar ook wie nog veel fouten maakt en dus de leerstof nog niet volledig begrijpt. Die informatie gebruik je om leerlingen gericht te ondersteunen, maar ook om voldoende uitdaging te bieden.

Met de drie methodes verzamel je een schat aan informatie: welke soort fouten leerlingen maken, hoe dat komt en hoe je voorkomt dat die opnieuw gemaakt worden. Zo creëer je routes op maat van iedere leerling en realiseer je binnenklasdifferentiatie. Pas dan haal je écht het onderste uit de kan naar boven!

Over Binnenklasdifferentiatie in de praktijk

Hoe zorg je voor maximale leerkansen voor elke leerling? Met binnenklasdifferentiatie!

Dit boek zet je op weg met een stapsgewijze aanpak, tips en beschrijvingen met het BKD-leer-krachtmodel als de rode draad. 

Katrien Struyven, Binnenklasdifferentiatie in de praktijk.Ieders leer-kracht realiseren (Acco Uitgeverij, Leuven, 2019). 200 blz. € 29,50. ISBN: 9789463796798.

Verkrijgbaar via de Acco-webshop of in de boekhandel.

Geef een reactie

Sluit Menu